Invloed van gewicht
In de vorige les hebben we gezien dat je met de zeilen kunt sturen door het zeilpunt (Zp) voor of achter het lateraalpunt (Lp) te leggen. Maar er is nog een manier om de boot te laten draaien zonder aan het roer te komen: gewicht. Waar je in de boot zit of staat, heeft meer invloed dan je misschien denkt. Wie dit begrijpt, kan het roer een stuk minder gebruiken, en we weten inmiddels dat elke roerbeweging ook remt.
Gewicht kan je op twee manieren verplaatsen: dwarsscheeps, dus naar loef of naar lij, waardoor de boot gaat hellen. En langsscheeps, dus naar voren of naar achteren, waardoor de boot met de kop of de kont dieper in het water komt te liggen. Dit noemen we de trim van de boot.
Hellen naar lij
Wanneer de boot rechtop vaart, liggen het zeilpunt en het lateraalpunt van bovenaf gezien netjes achter elkaar op de hartlijn van de boot. De voorwaartse kracht uit de zeilen en de weerstand van het water liggen dan in één lijn en de boot vaart rechtdoor.
Laat je de boot naar lij hellen, dan verandert dat. De mast en dus ook het zeil komen buiten de boot te hangen. Het zeilpunt schuift daarmee, van bovenaf gezien, naar lij op. Het lateraalpunt blijft onder water ongeveer op dezelfde plek.
Nu liggen de twee krachten niet meer in één lijn, maar naast elkaar. En twee krachten met een arm ertussen, dat kennen we: een koppel. De voorwaartse kracht trekt aan de lijzijde de boot vooruit, de weerstand houdt hem in het midden tegen. Het gevolg is dat de kop van de boot naar de wind toe draait, de boot gaat oploeven.
Dit verklaart waarom een boot die te veel helt steeds harder naar de wind toe wil en je steeds meer roer moet geven om hem op koers te houden. Een boot die oploeft zonder dat je stuurt, noemen we loefgierig.
Hellen naar loef
Andersom werkt het ook. Laat je de boot naar loef hellen, dan schuift het zeilpunt naar de loefzijde. Het koppel draait nu de andere kant op en de boot gaat afvallen.
Samengevat:
- Helt de boot naar lij, dan wil hij oploeven.
- Helt de boot naar loef, dan wil hij afvallen.
Dit kan je goed gebruiken. Bij het ronden van een boei waar je moet afvallen, laat je de boot even naar loef hellen. De boot draait dan vanzelf, met veel minder roer en dus met minder remmen. Wil je oploeven, bijvoorbeeld bij het overstag gaan, dan helpt een beetje helling naar lij juist mee.
Gewicht naar voren of naar achteren
Ook langsscheeps maakt je gewicht uit. Ga je voorin de boot zitten, dan komt de voorkant dieper in het water. Het deel van de romp dat onder water zit verschuift naar voren en daarmee ook het lateraalpunt. Het zeilpunt blijft waar het is, dus ligt het nu verder achter het Lp. Uit de vorige les weten we wat er dan gebeurt: de boot wordt loefgieriger.
Ga je achterin zitten, dan schuift het lateraalpunt naar achteren en wordt de boot juist lijgieriger, hij wil afvallen.
Daarnaast heeft de trim invloed op de snelheid. Met weinig wind wil je zo min mogelijk romp in het water, dan is de weerstand het kleinst. Je zit dan vaak iets naar voren, zodat de brede achterkant niet door het water sleept. Met veel wind en hoge snelheid schuif je juist naar achteren, zodat de kop niet in de golven duikt.
Probeer het zelf
Een mooie oefening om dit te voelen is zeilen zonder roer. Haal het roer omhoog, of houd de helmstok gewoon los in het midden, en probeer de boot op koers te houden met alleen je gewicht en de zeilen. Je zult merken dat de boot reageert op elke verplaatsing van je gewicht. Laat hem naar loef hellen en hij valt af, laat hem naar lij hellen en hij loeft op.
Bedenk goed dat in een echte boot zeilen, gewicht en roer altijd samenwerken. Het doel is niet om nooit meer het roer te gebruiken, maar om de boot zo in balans te brengen dat je het roer bijna niet nodig hebt. Een boot in balans is een snelle boot.