Ga naar de inhoud
Zeilvertrouwen

Koppels en Krachten

Schijnbare wind

Tot nu toe hebben we steeds gesproken over "de wind" alsof er maar één wind is. Maar zodra de boot gaat varen, voelt de wind aan boord anders dan de wind die op de wal staat. Dat is geen gevoel, dat is natuurkunde. De wind die je aan boord voelt en die in je zeilen blaast, noemen we de schijnbare wind.

Iedereen kent dit uit de praktijk. Fiets je op een windstille dag, dan voel je toch wind in je gezicht. Hoe harder je fietst, hoe harder het lijkt te waaien. Die wind ontstaat alleen doordat jij beweegt. Op een boot is dat precies hetzelfde.

Drie winden

We onderscheiden drie winden:

  • Ware wind: de wind zoals hij werkelijk waait, zoals je hem voelt als je stil op de steiger staat.
  • Vaartwind: de wind die ontstaat doordat de boot vaart. Deze komt altijd recht van voren en is net zo hard als de boot vaart.
  • Schijnbare wind: de wind die je aan boord voelt. Dit is de ware wind en de vaartwind bij elkaar opgeteld.

Bij elkaar opgeteld? Inderdaad, wind is een kracht met een grootte en een richting, dus we kunnen hem tekenen als een vector. En vectoren kunnen we optellen, zoals we eerder bij het optellen van vectoren hebben gezien.

Vectordiagram waarin ware wind en vaartwind samen de schijnbare wind vormen, bij een aan-de-windse koers
Aan de wind: de schijnbare wind komt meer van voren en is harder dan de ware wind.

In de tekening zie je een boot die aan de wind vaart. De ware wind komt schuin van voren. De vaartwind komt recht van voren. Tel je ze op, dan krijg je de schijnbare wind. Wat opvalt:

  • De schijnbare wind komt meer van voren dan de ware wind.
  • De schijnbare wind is harder dan de ware wind.

Daarom voelt aan de wind varen altijd wat ruiger dan het eigenlijk is.

Voor de wind

Op een voor-de-windse koers komt de ware wind van achteren en de vaartwind nog steeds van voren. Ze werken nu dus tegen elkaar in.

Vectordiagram bij een voor-de-windse koers waarin de vaartwind de ware wind deels opheft
Voor de wind: de vaartwind haalt een deel van de ware wind weg, de schijnbare wind is zwakker.

De schijnbare wind is nu zwakker dan de ware wind. Het voelt rustig aan boord, het lijkt wel of het minder hard is gaan waaien. Pas op: draai je de boot naar een aan-de-windse koers, dan komt ineens de volle kracht van de wind plus de vaartwind op je zeilen. Veel zeilers worden hierdoor verrast. Kijk daarom voor de wind regelmatig om je heen naar het water en de andere boten om in te schatten hoe hard het echt waait.

Wat betekent dit voor je zeilen?

Je zeilen staan altijd in de schijnbare wind. Een windvaan in de top van de mast of de tell-tales op je zeil laten dus ook de schijnbare wind zien, niet de ware wind.

Dat heeft gevolgen zodra je snelheid verandert:

  • Je versnelt: de vaartwind wordt groter, de schijnbare wind komt meer van voren. Je moet je zeilen iets aantrekken of iets afvallen om ze goed te laten staan.
  • Er komt een vlaag: de ware wind wordt sterker, maar je boot heeft nog niet meteen meer snelheid. De schijnbare wind komt daardoor even meer van opzij, hij ruimt. Je kan dan iets oploeven of je zeilen vieren.
  • De wind valt weg: de ware wind wordt zwakker, maar je boot vaart nog even door. De schijnbare wind komt meer van voren, hij schraalt. Je zeilen gaan klapperen en je moet iets afvallen.

Snelle boten zoals catamarans en foilers varen zo hard dat de schijnbare wind bijna altijd van voren komt, zelfs als ze voor de wind varen. Je ziet ze daarom vaak met strak aangetrokken zeilen varen, terwijl de ware wind van achteren komt.

Onderdeel 11 van 13