Didactische werkvormen
Een werkvorm is de manier waarop je een lesmoment vormgeeft: een vraag, een spel, een oefening op het droge, een opdracht om een boei. In de lesvoorbereiding heb je bepaald wat je wilt bereiken. De werkvorm is een groot deel van het hoe.
Welke werkvorm werkt, hangt sterk af van de discipline en het niveau. Een spel dat een groep Optimisten van zeven jaar enthousiast maakt, werkt niet voor een kielboot vol volwassenen, en andersom. Daarom vind je hieronder eerst een paar principes die voor elke werkvorm gelden. Daarna volgen per discipline en per niveau werkvormen die in de praktijk goed werken.
Inzicht of automatisering?
Er zijn twee manieren van leren, en die vragen om een andere aanpak.
Handelingen leer je door ze vaak te doen. De schoot aantrekken, verzitten, het roer gebruiken, uithangen: dat zijn vaardigheden die zo snel mogelijk moeten automatiseren. Zolang een deelnemer erover na moet denken, zit zijn aandacht in de boot. Die aandacht moet juist buiten de boot zijn, bij de vraag: waar wil ik heen? Oefen handelingen daarom eerst zonder afleiding, bijvoorbeeld op het droge, en herhaal ze tot ze vanzelf gaan.
Begrip leer je op inzicht. Waar komt de wind vandaan, waarom draait de boot, waarom staat het zeil zo? Dat leer je niet door het vaak te doen. Dat leer je door te ontdekken, na te denken en te begrijpen. Dat kost meer tijd, maar deelnemers worden er veel sneller zelfstandig van en het zeilplezier wordt veel groter.
Inzicht of een trucje?
Deelnemers leren zichzelf vaak ongemerkt trucjes aan, zonder dat de instructeur het doorheeft. De manier om daarachter te komen is simpel: vraag waarom. Waarom doe je dat nu? Krijg je als antwoord "Bij die rode boei moet ik altijd dit doen", dan weet je genoeg. Dan is het een trucje, en een trucje werkt alleen zolang de situatie hetzelfde blijft.
De kunst is om alle trucjes eruit te krijgen, zodat deelnemers op inzicht gaan varen. Een paar vaste handelingen die altijd werken, zijn wel handig, zeker in het begin. Een voorbeeld is hoe je weer op gang komt als je stilligt. Maar ook daarvan moeten ze uiteindelijk snappen waarom het werkt.
Laat deelnemers het elkaar uitleggen
Deelnemers die iets al sneller doorhebben, kun je goed inzetten om het uit te leggen aan wie wat meer tijd nodig heeft. Dat werkt om twee redenen:
- ze spreken elkaars taal, waardoor ze elkaar vaak beter begrijpen dan de instructeur;
- de snelle deelnemers worden opnieuw uitgedaagd. Uitleggen is moeilijker dan doen, en jij hoort meteen of ze het echt snappen of dat het toch een trucje was.
Werkvormen per discipline
- Optimist
- Zwaardboot 1-mans, zwaardboot 2-mans en kielboot volgen nog.